Schermafbeelding 2014-10-14 om 23.26.44Op de basisschool werd ik gepest door twee meiden. Mijn moeder wist dit, maar het was geloof ik niet echt een zorg voor haar. Het waren andere tijden zullen we maar zeggen. Voor mij was het echter wel een zorg. Op een gegeven moment had mijn moeder genoeg van mijn geklaag over het pesten en vertelde ze me dat ik dan maar gewoon een harde klap moest uitdelen. Toen ik werd opgewacht greep ik mijn kans. Een keiharde buiktrap betekende het einde van de pesterijen. Waarschijnlijk koos het duo een nieuw slachtoffer, maar dat was buiten mijn zicht. De middelbare school kwam geen dag te vroeg. Onze wegen scheidden.

Misschien was het wel vanwege het feit dat mijn moeder zich niet met het pesten bemoeide, dat ik bezwoer er bij mijn kinderen bovenop te zitten en goed beslagen ten ijs te komen, in het geval dit nodig mocht zijn. ‘De school weet ook niet wat te doen, dus zorg dat je het zelf weet’, was mijn adagium. Wat helpt wel, wat helpt niet? Literatuurstudie wees uit dat die eerste vraag helaas niet eenvoudig te beantwoorden is. De laatste echter wel. En daar kun je als ouder je voordeel mee doen merkte ik.

Want ja, ook wij hadden een paar jaar geleden een pest-akkefietje. Hoe fijn, ik kon mijn kennis in de praktijk brengen! In één klap zou ik me revancheren op mijn eigen pesters, mijn moeder, mijn oude basisschool, ja eigenlijk op iedereen die er destijds vanaf wist maar niks deed. Op vol vermogen stoomde ik op naar de vertrouwenspersoon van de school.

Vertrouwenspersoon: “Wat goed dat u aan de bel heeft getrokken. Uw kind is gevoelig en op dit moment verbaal nog sterker dan fysiek. Dat geeft vaker problemen op deze leeftijd. Misschien heeft uw kind een weerbaarheidstraining nodig? Ik zal morgen met de kinderen praten en kijken welke afspraken we kunnen maken. Het is goed om ze dit samen op te laten lossen”.

De man keek mij strak aan toen ik stil viel. Ik weet niet wat hij dacht, maar hij concludeerde al snel dat het gesprek een andere wending zou gaan nemen. Ik was stupéfait. De vertrouwenspersoon maakte klassieke fouten. Ik had me dus niet voor niks ingelezen! Ik stelde voor zijn aanpak puntsgewijs door te nemen.

Ik begon met de subtiele impliciete suggestie van ‘waar twee vechten, hebben twee schuld’. Dat is niet alleen in het geval van pesten een misconceptie. Waar gevochten wordt kan het heel goed zijn dat er slechts één schuldige is. De dooddoener van de gedeelde schuld wordt soms ingezet om het leed bij de ouders van de pestkop te verzachten. “Uw kind heeft gepest, maar het slachtoffer moet ook naar zijn/haar eigen rol in het geheel kijken”. Nee, niet akkoord dus.

Dan het ‘samen om tafel gaan om het uit te praten’. De machtsverhouding zijn dusdanig dat het slachtoffer z’n verhaal afzwakt of mee gaat in het idee van ‘waar twee vechten, hebben twee schuld’. Zo’n kind is niet gek. Morgen lopen ze allebei weer door dezelfde gang. Alleen al de angst om samen met een pestkop om tafel te moeten kan voor kinderen een reden zijn om er met niemand over te praten. Zelfs niet met ouders. Ook afgewezen dus.

Ik stoomde door naar de weerbaarheidstraining. Er is een industrie ontstaan die zich richt op vredelievende kinderen indirect het idee te geven dat niet de pestkop, maar zij het probleem zijn. Zij zijn immers in training, niet de pestkop. Dus, ‘kanjertraining’. Echt niet. Alleen het wóórd al!

En toen hadden we ineens een gesprek. Wat dan wel zou helpen, vroeg de vertrouwenspersoon. Waarop ik antwoordde: “Ik weet het niet. Ik denk alleen al het feit dat ik hier zit en dat wij als volwassenen samen concluderen dat het pesten in de kiem gesmoord moet worden, voordat het een structureel probleem wordt. Volwassenen die ingrijpen dus, niet kinderen ‘die er met z’n tweetjes aan moeten werken’. De pester moet weten dat hij een probleem heeft, niet zijn slachtoffer. Dat klinkt weinig sociaal wenselijk en misschien ook niet politiek correct, maar toch”.

Tot mijn verbazing gaf hij mij gelijk. Hij verzuchtte hoe moeilijk het is om met name ouders van pestkoppen te bereiken. Scholen hebben het niet gemakkelijk. Pesters zitten regelmatig zelf in de problemen thuis. Een thema dat lastig bespreekbaar is. Pappen en nathouden is makkelijker dan de confrontatie aan te gaan met de ouders van de pestkop. Vreselijk voor het slachtoffer én voor de pester, want voor beiden komt er zo geen hulp. De enigen die garen spinnen bij deze aanpak, zijn de talloze aanbieders van weerbaarheidstrainingen. De kanjertraining kindercoach als dure bliksemafleider.

Na een uur stond ik weer buiten met de toezegging dat de vertrouwenspersoon snel met de pestkop zou gaan praten en ook de ouders voor een open gesprek zou uitnodigen. Mijn kind werd buiten de hele zaak gehouden. En ja, much to my surprise, dat was het laatste wat ik over de hele kwestie hoorde. Weten wat niet werkt bleek in dit geval dus ook voldoende.

Toegegeven, het was gelukkig geen grote kwestie en het was niet al maanden aan de gang. Verder was mijn ‘literatuuronderzoek’ verre van wetenschappelijk en zeker niet compleet en is deze blogpost niet meer of minder dan een persoonlijke opinie (ja, dit zijn disclaimer-zinnen). Maar toen ik vanochtend Edge of Europe las, dacht ik… laat ik het desondanks maar eens opschrijven.

Overigens gaf ik mijn kinderen toen ze kleiner waren ook het advies dat mijn moeder mij gaf: “Als praten echt niet helpt en je krijgt klappen, sla dan eens een keer goed hard terug”. Dat zou ik nu niet meer durven zeggen denk ik. Niet na het tragische steekincident op het Corbulo College.

Advertenties