Schermafbeelding 2013-10-28 om 22.35.48Terwijl de rest van Nederland zich boog over de kwestie ‘huisarts uit Tuitjehorn’ boog ik me over een euthanasievraag van een andere orde. Cavia Didier piepte alsof ze pijn leed. Ze piepte op een manier die ik nog kende van haar 2 voorgangsters, vlak voor ze dood gingen. Code rood dus.

Koortsachtig overleg binnen het gezin leverde een conclusie: een zieke cavia is een dode cavia. We gaan niet -zoals bij haar voorgangsters- het uitzichtloos lijden langer rekken met antibiotica, bijvoeding en wat dies meer zij, om uiteindelijk toch in het weekend bij de dienstdoende dierenarts terecht te komen die haar voor 85 euro ‘een spuitje’ geeft.

Dinsdagochtend, de kinderen nemen afscheid van Didier. Tranen, maar toch ook nog een sprankje hoop: “Mam, deze dokter is toch een cavia specialist. Misschien kan ie Didier wel beter maken”. Man en ik kijken elkaar aan: hij denkt ‘no way’ en ik denk ‘wie weet’.

De kinderen gaan in rouwstemming naar school en man en ik vertrekken naar de dierenarts. Hij in pak, want hij rijdt zo door naar een afspraak. Ik alsof ik naar een feestje ga, of een begrafenis, want mijn dagelijkse kloffie lag nog ongestreken in de wasmand. Wij parkeren onze vintage V70 voor de deur van de praktijk, kijken elkaar aan en realiseren ons dat we er kapitaalkrachtig uitzien. Misschien wel tè.

“Wat is de naam van uw cavia?” “Didier”. “Achternaam?” “Ze trekt het meest naar mij, van Stavast dus”. “Wat is er mis met haar?”. “Ze piept bij het plassen. Ik denk aan een blaasontsteking”. “Ik denk het niet”, zegt de arts. “Maar daarvoor moet ik eerste een echo maken”. “Natuurlijk”, zeg ik zonder op of om te kijken. “Ahhh, ik zie het al… een poliep in de blaas. Een grote”.

Mijn man zet een grafstem op en zegt: “Wat erg. We moeten haar snel uit haar lijden verlossen”. “Inderdaad”, zegt de dierenarts, “ik kan haar vanochtend nog opereren. Ze verkeert in uitstekende conditie, dus ze heeft een hele goede overlevingskans. U moet weten, ik heb dit vak natuurlijk niet gekozen om een levensvatbaar dier te laten inslapen”.

Assertief als we normaliter zijn, hebben we hier niet van terug. Ik zwijg, mijn man slikt en vraagt: ” Waar moeten we aan denken, qua kosten?”. De dierenarts kijkt ons aan, en zegt: “150 euro voor de operatie”. Waarop mijn man dènkt: “Nee, kom op zeg. En dan zeker over een week toch nog doodgaan”, maar zègt: “Wanneer zouden we haar dan weer op kunnen halen?”.

Eind van de middag belt de dierenarts. Didier is alive and kicking.  Na het werk haalt mijn man haar op en belt vanuit de auto: “Weet je wat dit grapje gekost heeft? 250 euro!”. Waarop ik zeg: “We gaan dat echt aan niemand vertellen, ze verklaren ons voor gek!”

Die avond kijk ik naar onze dochter, die een stukje peterselie aan de patiënt voert, en vraag me af waarom het leven van een hond of kat eigenlijk meer waard is dan dat van een cavia? Vanwege de lage aanschafprijs? Want dat is altijd hèt argument in dit soort veterinair-medisch-ethische kwesties. “Natuurlijk koop je voor 15 euro een nieuwe cavia, maar geen nieuwe Didier”, hoor ik mezelf ter verdediging zeggen.

Je zou iets dergelijks trouwens eens tegen een hondenbezitter moeten zeggen … Verontwaardiging van het kaliber Tuitjehorn,  gegarandeerd!

Advertenties