Schermafbeelding 2013-08-23 om 13.25.26Ik begrijp het, dat de zwemvaardigheid van Nederlandse kinderen afneemt. Als ik nog een keer zou moeten kiezen of mijn kinderen het Zwem-ABC nodig hebben, bedacht ik me misschien ook wel. Ten eerste vanwege het traject er naartoe, ten tweede vanwege de ellende die volgt als de diploma’s eenmaal behaald zijn.

Jarenlang zat ik in zwembaden, wachtend tot er weer een uur zwemles voorbij was. Mijn kinderen huilden als ze naar binnen gingen, en als ze eruit kwamen huilden ze bij het vooruitzicht volgende week terug te moeten. De badjuffen wisselden elkaar af. Het maakte niet uit wie er aan de rand stond, een totaal gebrek aan didactische vaardigheden scheen een functie-eis te zijn waaraan ze allemaal voldeden.

Neem dat gat! Elke ouder weet waar ik het over heb. De druk die wekelijks wordt opgebouwd om zo snel mogelijk door het gat te zwemmen is enorm. Net als het gevoel te falen als het na twee maanden nog steeds niet lukt. Dat is niet alleen stressvol voor een zesjarige, maar wat te denken van de ouders op de tribune. Ik heb een vader uit zijn dak zien gaan toen de kleine Kane (not kidding) wéér te vroeg naar boven kwam, naar lucht snakkend en met een angstige blik de ogen van papa zoekend.

Na drie jaar drama was het afgelopen. Mijn kinderen hadden hun diploma’s op zak.

Toen wilden ze natuurlijk naar het zwembad. Dat moest, want de juf had ons bij de diploma-uitreikingen keer op keer op het hart gedrukt, regelmatig naar het zwembad te gaan om de vaardigheden te bewaren.

Vandaag zit ik dus weer ‘ns in een subtropisch zwemparadijs. Ik installeer mij met een boek op een stoeltje. Links van me zit een gezin, vader en moeder gehuld in tattoos en veel te kleine badkleding. Ze eten friet en schreeuwen naar elkaar. Rechts van me zit een gezin, vader en moeder gehuld in tattoos en veel te kleine badkleding. Ze eten friet en schreeuwen naar elkaar. En zo rijgen de gezinnen zich aan elkaar, in een lange rij.

Het is een patroon. Ik ben de onderbreking.

De mensen poedelen wat. Het zwemparadijs is nergens echt diep, dus een een zwemdiploma is in feite niet eens nodig. Ik zie volwassenen zich met moeite in de glijbaan wurmen. Verderop zitten er zo’n vijftien samen te relaxen in het kleine warme bubbelbad. Dan gaat de toeter. Dat is altijd het mooiste moment in het zwemparadijs. Er klinkt een enthousiast gejoel door de ruimte. Van alle kanten storten mensen zich in het grote bad. Kinderen, volwassenen, niemand wil het missen. De golven! Honderden deinen dicht tegen elkaar op de kabbelende golven, die in een vast ritme uit de machine rollen.

Mijn kinderen komen aangerend. “Alles goed?” vraagt de oudste. Ik zeg: “Wat denk je zelf?”. Hij: “Ik denk dat je ons de volgende keer maar gewoon moet afzetten hier.”

En zo lijkt er een einde te zijn gekomen aan mijn lijdensweg.

Het is volbracht.

Ik hoef nooit meer.

Advertenties