Uncle Sam FrancaisVandaag begon mijn afscheidstournee, met de allerlaatste Franse conversatieles.

Twee jaar lang volgde ik Franse les, samen met andere moeders van kinderen op de Internationale School. Twee Amerikaanse, twee Israelische, een Lybische, een Duitse en een Nederlandse vrouw die onder leiding van een Waalse juf, Frans probeerden te spreken. De les begon steevast met het openen van het boek en het vaste voornemen daar deze week serieus mee aan de slag te gaan. Na drie verplichte zinnen ging het boek aan de kant en volgden discussies over de aard van de Fransen, maar ook over de aard van alle andere aanwezige nationaliteiten. Behalve over de Lybische volksaard.

In november 2011 voegde de Lybische Noura zich bij onze groep. Een prachtige vrouw, aardige uitstraling, mooie kleren en dito juwelen. De lerares vroeg haar zichzelf voor te stellen, hetgeen ze deed. “Bonjour, je m’apelle Noura”. Daar nam de juf geen genoegen mee, we waren tenslotte de gevorderden groep. Dus werd Noura aangespoord om iets over haar achtergrond te vertellen. “Waar kom je vandaag Noura? Wat brengt je zo, midden in het schooljaar, naar Parijs? “Ik kom uit Libya. Wij besloten te verhuizen”, sprak ze met een vriendelijke glimlach op haar gezicht. Dat was meteen alles wat Noura ooit over zichzelf en Libya vertelde. Ik heb altijd gedacht dat ze een nicht van Khadaffi was, maar dan wel van de aardige tak van de familie. Noura vertrok begin dit jaar naar Pakistan. De Lybische volksaard is misschien gesloten, maar haar verdriet over de keuze voor Pakistan was ook zonder woorden duidelijk.

De Amerikaanse vrouwen in de groep waren hilarisch. Vanwege hun uitspraak van het Frans natuurlijk, maar ook vanwege de kijk op hun eigen samenleving. Amerikanen die hun kinderen naar de Internationale School sturen in plaats van naar de American School, zijn de ultra liberalen van het land. Er ging dan ook geen les voorbij zonder uitvoerige beschouwingen over guns, god and government in de States. Altijd gepaard gaand met een nauwelijks verhulde schaamte, met name over de vrije verkoop van wapens en de groeiende conservatieve christelijke stroming in het land.

De Israelische vrouwen dan. Ze reisden heel Europa door in de weekenden en hadden dus altijd voldoende verhalen. Zo vertelde één van hen dat ze in Amsterdam was geweest. Natuurlijk boekte ze een rondvaart. Toen de boot het Anne Frank Huis naderde stond de gids uitbreid stil bij de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging in Amsterdam. Ik knikte begrijpend, meelevend. Maar tot mijn verbazing vervolgde ze met: “Ik ga verdomme een weekendje weg, we hebben allemaal plezier en bam… daar is die oorlog weer. Weet je wel hoe lang het duurt voor die boot voorbij het Anne Frank huis is? Een kwartier! Meer dan genoeg om voor de rest van de rondvaart de pret te bederven”. O ja, dat begrepen we natuurlijk ook allemaal, in de de Franse conversatieles.

Zeker de Duitse mede-cursiste die zichtbaar opgelaten was als het ging om dit soort zaken. Zo’n lieve, intelligente vrouw, die ook total fertig is met de oorlog. Voor een Duitser, welke generatie dan ook, is de oorlog nog steeds dichtbij. Zo nam ze een keer zelf gebakken koekjes mee die duidelijk de vorm van een oud (Duits?) militair vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog hadden. Ik zag het meteen en één van de Amerikaanse vrouwen ook. Ik dacht nog: ‘Don’t mention the war’, maar ik kon niet anders want ik had de slappe lach omdat het té grappig was. Toch? Ja, dat vond onze Duitse vriendin eigenlijk ook wel. Of niet. Ik vrees het laatste eigenlijk.

Aan het einde van de wekelijkse twee uur vonden we elkaar altijd in onze verbazing over de Parijse volksaard: ietwat zurig, gereserveerd en zonder blijk van veel vreugde in het leven. De lieve Duitse, die een klap van een bejaarde man kreeg omdat ze op de stoep stepte. De goedwillende Amerikaanse, die alles tien keer herhaalt voor iemand haar verstaat in een winkel. De Israelische die een kinderfeest gaf en tot haar verbazing om 21:00 (einde feest) de politie aan de deur kreeg in verband met geluidsoverlast.

En als we na de les samen terugliepen, was daar altijd weer onze walging over de hoeveelheid hondenpoep op de stoep.

O wat was Parijs geweldig leuk!

Advertenties