Eigenlijk wisten we het vorig jaar al zeker, toen we op een ochtend wakker werden, de geur van putlucht roken en het busje van de relatie-oppepper naast ons zagen staan: wij zijn beyond camping.

Wanneer waren we er eigenlijk ingetrapt, in die ‘happy camping’ mythe? We konden het ons allebei niet meer herinneren. Het moest ongeveer ten tijde van de derde verjaardag van onze oudste geweest zijn, toen we dachten: “Het is zo leuk voor de kinderen. En als de kinderen het naar hun zin hebben…” Nou ja, vul maar in.

En zo togen wij elke zomer van de ene charmante kleine camping naar de andere. We bezochten geen grote, commerciële campings met van die straatjes. Het publiek dat daar komt is natuurlijk niet ons publiek. Nee, dan de natuurcampings, met hun hoge aandeel verantwoorde ‘De Waard tent-mensen’, daar pasten wij wel tussen. En het was ook leuk: de ruime plaatsen, het kampvuur, de mensen (nou ja, een aantal dan). Maar het was ook: douchen in vieze, koude douches, afwassen in lauwwarm water en vooral veel putlucht.

Putlucht, dat is wat ons gezin associeert met kamperen. De lucht die rond afwas- en douchetijd opstijgt en zich verspreidt over de hele camping. Het is de lucht van de overlopende septic tank. De septic tank van de charmante camping is namelijk altijd te klein en verouderd. Dat komt omdat de eigenaren (meestal zo weggelopen uit een willekeurige aflevering van Ik Vertrek), geen cent te makken hebben. Hun ‘camping in Frankrijk droom’ is hun dagelijkse hel: te kort seizoen, te hoge kosten, te lage bezetting en te veel klagende gasten over de koude douches en de stinkende afvoer. Maar ja, het huis in Nederland is al lang geleden verkocht, en de bescheiden overwaarde is geïnvesteerd in de camping. En niemand die nu, in deze tijd, een camping wil kopen. Dat verhaal hoorden wij elk jaar. Telkens van een andere (meestal Nederlandse) eigenaar van een kleine charmante camping in Frankrijk/Belgie/Luxemburg.

Dit jaar boekten we dus voor het eerst een zomervakantie in een huisje. Op proef, om te bezien in hoeverre het ook mogelijk zou zijn om vakantie te vieren zonder op een camping te staan. We kwamen aan bij onze ‘villa’ op een klein (dat wel) vakantiepark in Zuid-Frankrijk. We waren zenuwachtig: zouden er wel kinderen zijn om mee te spelen, zouden de huisjes wel OK zijn? Toen we aankwamen wisten we echter meteen dat kamperen definitief voorbij was: een woonkamer, een keuken met vaatwasser. Om te huilen zo prettig. De kinderen doken in het zwembad, samen met de vrienden die ze binnen een kwartier gemaakt hadden. Heile Welt, Urlaubsidylle.

’s Avonds -als een groet uit het verleden- komt er putlucht uit het doucheputje omhoog. “Net als vroeger…”, zwijmelt zoon, terwijl ik het putje luchtdicht afdek met een natte doek, om daarna in een comfortabel, groot en fris opgemaakt bed te stappen. “Maar net niet helemaal!”, roep ik terug vanuit onze eigen, ruime slaapkamer…

De relatie oppepper die zo’n ‘vakantievilla’-vakantie geeft, gun ik iedereen. Zeker de mensen in het relatie-oppepper-busje.

Advertenties