Wanneer is het lezen van sprookjes uit de mode geraakt? De echte sprookjes dus hè, van Andersen en Grimm. Niet die gelikte Disney bewerkingen. Ik had vroeger slechts een beperkt aantal boeken. Eén ervan was een verzameling sprookjes van Andersen en Grimm. Dat boek herlas ik keer op keer en daar heb ik mijn leven lang plezier van. Zoals bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan Monumenta 2012, in het Grand Palais.

Ik was er deze week met een schoolklas acht- en negen jarigen. We werden ontvangen door een gids (‘mediateur culturel’) die ons buiten het Grand Palais al wees op de invloed van de kunstenaar. Pijlen op de stoep gekalkt, wezen de weg naar de expositie. Dat waren niet zo maar pijlen, dat waren gestreepte pijlen, door Daniel Buren zelf ontworpen. Ze waren het begin van de eenheid tussen de vorm van het gebouw van het Grand Palais en de expositie binnen.

Eenmaal binnen zagen we een eindeloze hoeveelheid gekleurde, plastic cirkels, op ongeveer 2,50m hoogte. Elke cirkel werd door 4 zwart/witte palen omhoog gehouden. We gingen eronder staan, we namen foto’s, we zaten op spiegels en lachten om onze eigen reflectie in de weerspiegelde koepel van het Grand Palais. Erg leuk allemaal. De gids vertelde ons dat de expositie niet alleen leuk was, maar ook enorm goed doordacht. Niks was toevallig hier: de zwart witte palen bijvoorbeeld, waren net zo breed als de gemiddelde afstand tussen de ogen van een mens. Ow en jeuj!

Naast mij stond Roodkapje, maar dan helemaal in grijs gehuld. Een kleine frêle vrouw, met een grijs kapje (echt een roodkapje hoofddoek, geen moslimvariant), grijze jurk, grijze panties, grijze schoenen, grijze oogmake-up, maar felrode lippen en felrode tas. Ook bij haar was er overduidelijk niks toevallig. Ze was een doordacht concept. Ze keek naar de cirkels, liep eronder door en sloot haar ogen. Een man kwam naast haar staan en na een tijdje raakten ze in een geanimeerde discussie over de diepere zin van de expositie in het algemeen en de cirkels in het bijzonder. En zij niet alleen: ook in de koffiehoek (onder een gekleurde cirkel natuurlijk), leken mensen zwaar onder de indruk.

Alleen ik, ik stond daar maar met mijn eigen gedachte over wat deze expositie uitdrukte. Ik keek van boven naar beneden en zag de bubble waarin we nu nog leven. Wij redelijk welgestelden hier in Parijs, die de tijd en de middelen hebben om met duizenden tegelijk naar het Grand Palais te komen. Terwijl om ons heen economieën instorten en mensen in hun bestaan bedreigd zijn, zoeken wij naar de diepere betekenis van gekleurde plastic cirkels.

Ook de klas kreeg de opdracht om na te denken, over wat de kunstenaar zou kunnen bedoelen met de cirkels. En alsof Andersen het ‘m zelf influisterde, hoorde ik een kind tegen een ander kind zeggen: “He just wanted to make funny bright and colorful circles I guess. I try, but I really don’t see anything else.“.

Advertenties