Alvorens aan dit stukje te beginnen zou ik je willen vragen de titel een paar keer hardop uit te spreken: pain aux raisins. Fonetisch is dat pè-en oo résè-en (officieel hoort het zo en zo, maar ik heb geen idee waar die tekens op mijn toetsenbord zitten). Je weet nu hoe je het uitspreekt, en dus is het een kleine moeite om een dergelijk broodje in een willekeurige Parijse boulangerie te bestellen. Je krijgt dan een koffiebroodje.

Jij wel. Maar ik niet. Tenminste niet bij de boulangerie op de hoek van Avenue Mozart en Rue du Ranelagh. Daar heten koffiebroodjes ook ‘pain aux raisins’, maar als ik die bestel, krijg ik alleen vragende blikken. Elke dag weer. Bij dezelfde verkoopster. “Bonjour madame”. “Bonjour madame, je voudrais un pain aux raisins (dag 256, dezelfde vraag).” “Pardon?” Dan herhaal ik het langzaam: un pèèèèè-en oooo résèèèè-en, en wijs ik naar het koffiebroodje. “Ah, un pain aux raisins pour vous”. Als een gastarbeider in de jaren 70 in een Nederlandse winkel, tot op het bot vernederd. Maar ja, dochter wil een koffiebroodje hè.

Ik word er zo onzeker van dat ik nauwelijks meer een boulangerie binnen durf te stappen. Laat staan de boulangerie waar ze de lekkerste pains aux raisins verkopen: die op de hoek van Avenue Mozart en Rue du Ranelagh. Ik deel mijn angst met een aantal vriendinnen, die vervolgens vinden dat ik er overheen moet. Op therapeutische basis gaan we wat drinken in de boulangerie. We nemen er allemaal een koffiebroodje bij, dat ik natuurlijk bestel.

De verkoopster komt op ons af en neemt de bestellingen op. Probleemloos noteert ze een ‘café crème’ met zwaar Braziliaans accent, een ‘noisette’, meer in Japans dan Frans, en een ‘crème décaf’ met een Duits accent waar dat van Helga bij in het niet zou vallen. Dan kijkt ze naar mij. “Un thé vert, s’il vous plait”. Ze schrijft niet. Ze kijkt me aan en zegt: “Pardon?”. OMG en WTF. Ik hoor proesten aan tafel. “Un thééé vèèèrt, s’il vous plait”, herhaal ik. Zij: “Un thé? Vert?” Ik:”Oui”. “Nondejuu”, denk ik er nog achteraan. Zij: “D’accord”.

Dan maar meteen door voor de ultieme beproeving. Ik haal diep adem en zeg:
“Nous voudrions quaaaaat pèèèè-en oo résèèèè-en s’il vous plait.”

“Bien sûr madame.”

Godverdomme, ze doet het erom!

Advertenties