Parijs’ supermarkt personeel is hilarisch, als je ze tenminste van een afstand en als fenomeen beziet. Tergend traag pakt de kassière een artikel van de band, zoekt rustig naar de barcode, haalt het product vervolgens langzaam over de scanner om het in een sierlijke, slome beweging op de band achter haar te plaatsen. Dit herhaalt zich eindeloos. Tussendoor is er werkoverleg met collega’s: schreeuwend tussen de klanten door worden de pauzes verdeeld. Vriendinnen komen langs en er wordt wat gedronken. Klanten zijn overduidelijk slechts lastige randverschijnselen die zo veel mogelijk genegeerd moeten worden. En als dat niet lukt, afgesnauwd.

Gisteren was ik getuige van een ruzie tussen een oudere vrouw en een kassière. Bij de zelfscan-kassa dacht de oude dame dat een product 2 keer was gescand, terwijl ze maar 1 exemplaar had. De kassière verantwoordelijk voor het verhelpen van storingen, was druk in gesprek met een vriend toen ze de vrouw om assistentie hoorde roepen. Ze kende haar blijkbaar: “Ahhh… non… pas vous!” riep ze hardop en overduidelijk oogrollend. Ze schreeuwde tegen haar, plaatste de artikelen demonstratief hard op het weegplateau en eindigde vervolgens met de opmerking dat dit de laatste keer was dat ze haar nog bij de zelfscan wilde zien. Niemand keek ervan op. Alleen ik. “Mijn God” dacht ik, “sommige mensen moeten zelfs bij de zelfscan de minachting van het personeel verdragen”.

Dat was een kleine shock, omdat ik een half jaar eerder had besloten alleen nog maar de zelfscan-kassa te gebruiken, juist om elk contact met kassières te vermijden. Een direct gevolg van een ruzie waar ik zelf bij betrokken was. Net in Parijs, de stresslevels extreem hoog, stond ik destijds met een tot de rand gevulde kar bij Carrefour in de rij. Ik wachtte en wachtte, was eindelijk aan de beurt, rekende af en vroeg om een paar draagtassen. Eerst deed de kassière alsof ze me niet verstond. Daarna snauwde ze dat het te laat was, omdat ze al met de volgende klant bezig was. Op mijn protest zei ze botweg dat ze geen tassen had, ik moest ze maar bij de servicebalie halen.

Ik had die ochtend 2 kinderen voor de zoveelste keer huilend op het schoolplein achter gelaten, het was heet, ik sprak slecht Frans en ik moest weer in een rij aansluiten. Na 5 minuten bitste de servicebaliemedewerkster: “Draagtassen heb ik niet, die moet u bij de kassa kopen”. Dat was het moment dat ik in huilen uitbarstte, hetgeen zelfs voor deze geharde vrouw te veel was. Ze liep met me mee naar dezelfde kassière die 5 minuten daarvoor geen enkele tas meer had, om mij er een paar te geven. Dat was de laatste keer dat ik bij een reguliere kassa afrekende. Ik zou mij nooit meer laten vernederen in een supermarkt. Vanaf die dag alleen nog zelfscan-kassa’s voor mij.

Gelukkig is supermarkt personeel niet te vergelijken met verkopers in andere Parijse winkels. Ik word in het algemeen vriendelijk en behulpzaam te woord gestaan, waar ik ook kom (behalve bij de bakker, maar daarover in een andere post meer). Het scheelt ook zeker dat mijn Frans inmiddels dusdanig is verbeterd, dat ik zelfs een gesprekje kan aanknopen. Bijvoorbeeld met de medewerkster van de parfumerie bij ons op de hoek. Ik vroeg haar: “Pensez-vous que je doive utiliser un mascara waterproof?”*. Met een vriendelijk gezicht en doodserieus antwoordde zij: “Si vous allez à la piscine chaque jour ou si vous avez une vie misérable… je dirais…oui.”**

Ik koos voor de non-waterproof. Een half jaar geleden zou ik dat nog niet aangedurfd hebben.

Vòòr de zelfscan-kassa dus hè.


*”Denkt u dat ik beter waterproof mascara kan gebruiken?”
**”Als u elke dag zwemt of een miserabel leven heeft…zou ik zeggen… ja”.

Advertenties