Omdat ik sinds kort weet dat ik een muts ben, heb ik het volste recht mij vrolijk te maken over Marianne Zwagerman. Ik heb dat recht zelfs zonder haar boek gelezen te hebben, alleen al op grond van haar optreden onlangs bij Pauw & Witteman. U kent het boek niet en heeft ook Pauw en Witteman gemist, dan volgt hier de beknopte samenvatting: vrouw van mijn leeftijd, werkt hard en verdient veel, heeft haar haren blond geverfd, felrode lippenstift opgedaan en een zelfverzekerde pose aangenomen. Vervolgens kocht zij een witte Range Rover en bedacht dat haar leven zo succesvol en geweldig was, dat ze er een boek over zou moeten schrijven. Dat boek is een pleidooi voor een soortgelijk leven en plakt het predikaat ‘Muts’ op alle vrouwen die dat leven niet nastreven.

Uit het gesprek bij Pauw en Witteman maakte ik op dat vrouwen met een webwinkel prototype mutsen zijn. Ik heb niet eens een webwinkel. Ik ben dus zèker zo’n fijn-gebreide-wollen-Atje-Keulen-Deelstra-muts. Zo’n vrouw die geen baan meer heeft, die voor de kinderen zorgt, die meestal de boodschappen haalt en kookt. Zo’n jaren 50 vrouw die in de ogen van Marianne Zwagerman naar ik aanneem nauwelijks bestaansrecht heeft. Af en toe schrijf ik nog wel een stukje. Dat wordt dan door een paar honderd man (maar naar ik vrees voornamelijk vrouw) gelezen. Ook allemaal mutsen natuurlijk. Waar zouden ze anders de tijd vandaan moeten halen.

Zo leef ik al jaren in mijn zelf verkozen Mutsenparadijs, waar met enige regelmaat ook echte power vrouwen over de vloer komen. Dan keuvelen wij gezamenlijk wat en hebben het verdomd gezellig. Nooit hadden we de neiging om elkaars leven van een stempel te voorzien. Nooit, tot dit weekend. Ik vroeg aan een goede vriendin (mega-baan, mega-gezin, mega-aardig): heb je Pauw en Witteman gezien vrijdag? Had ze natuurlijk gezien. “Wat vond je van die vrouw met dat mutsenboek?” Tot mijn verbazing had ze er geen uitgesproken mening over, want ze had de TV uitgezet toen het onderwerp begon. Had ze echt geen tijd voor om naar te kijken: ‘promo voor non-fictie chicklit kadoboekjes’.

Maar ik Muts, heb natuurlijk wel tijd. Ik zit dat hele item uit en bedenk zojuist pas dat dit hèt ultieme bewijs is van mijn mutszijn: de tijd hebben om met zo’n boekje bezig te zijn. Mijn mondhoeken krullen spontaan omhoog (de eerste stap naar zakelijk en persoonlijk succes hoorde ik haar zeggen bij Pauw en Witteman) en ik kijk lachend naar mijn man. Hij kent het boekje niet, weet niet waarover ik op dit moment schrijf, maar ik zie wel wat hij denkt… Hij zit er blijkbaar net zo min mee als ikzelf, met mijn nieuwe predikaat.

Ik zoek de mutsjes vast even.

Advertenties