Bij het Corps Diplomatique van Rusland dacht ik aan Rosa Klebb, Max Zorin, ja zelfs Georgi Koskov. KGB-ers in diplomaten vermomming, altijd op een of andere geheime missie. Dat was voor ik naar Parijs verhuisde. Nu weet ik beter. Vanuit mijn slaap/werkkamer kijk ik rechts op een Haussmannien gebouw. Links zie ik een flat uit de jaren 60. Het viel me al direct na de verhuizing op, dat er in die linkerflat geen Fransen woonden, maar Oost-Europeanen. Alleenwonende mannen, maar ook gezinnen met opa en oma inwonend. En wat mij ook opviel: een hele batterij aan auto’s met een CD nummerplaat voor de deur. Consequent verkeerd geparkeerd.

Ik woon in een straat waar de huizen aan weerszijde gescheiden worden door een weg die niet meer 10 meter breed is, inclusief trottoir. Vis à vis betekent hier: op het bord van de overburen kijken of ze vandaag weer vis eten. In het begin was dat even wennen. Wat zijn de fatsoensnormen in dit soort gevallen? Groet je alle overburen elke dag 10 keer? Roep je ‘bon appetit’ als ze gaan eten? Leek me stug. Ik deed wat zij deden: de negeermodus aan. De Fransen in het Haussmannien gebouw hebben een nogal saai leven, dus da’s makkelijk. Maar die andere flat…

De buurvrouw informeerde me: er woont alleen Russisch ambassadepersoneel in die flat. Zelfs de CD auto’s brachten mij niet op het idee dat ik elke dag uitkeek op de gemiddelde Russische diplomaat: behoorlijk overgewicht, overdag vaak thuis, bankhangend voor een Russische TV-Krimi, (schoon)moeder consequent in joggingpak en krulspelden op het balkon, de sigaret nonchalant in haar mondhoek houdend en keuvelend met (schoon)dochter in ochtendjas. De mannen zijn duidelijk gewend aan kou en ontberingen, want ook al is het fris, ze lopen met enige regelmaat slechts gekleed in hun onderbroek door het huis en op het balkon. En dan is er nog die ene man, die altijd wakker is. Vast veroorzaakt door PTSS. Ongeacht op welk moment van de nacht ik bij ‘m naar binnen kijk, altijd zit hij voor de TV. Helaas wordt mijn blik op het scherm versperd door een vitrinekast en dus kan ik alleen maar raden naar het programma.

Wat moet dit leven een hel zijn voor deze mensen. Getraind als geheimagent, altijd op undercover missie in het buitenland, spionerend voor de apparatsjiks in Moskou, zijn ze nu verbannen naar een kantoorbaantje in het 16de arrondissement en wonen ze met hun collega’s in hetzelfde flatgebouw. Het moet de diplomaten-goelag zijn. In de avonduren zitten ze bij elkaar op het balkon en herhalen ze hun visserslatijn uit verloren tijden: toen James Bond nog elk jaar een nieuwe film maakte. En dan wel de echte hè, niet die nieuwe.

Sinds ik me realiseer hoe ingrijpend de gevolgen van de nieuwe wereldorde zijn voor deze mensen, erger ik me minder aan het enige voorrecht dat ze nog hebben: Met hun CD nummerplaat kunnen ze elk parkeerverbod negeren. De halve straat wordt hier elke dag weg gesleept, behalve een dozijn Mercedessen. De spanning loopt hoog op als andere auto eigenaren vergeefs hun koekblik zoeken, terwijl de CD bolides er gewoon nog staan. Dan hangen de Russen over het balkon te grijnzen en heb ik weer wat te kijken.

Advertenties