“Goodmoaning ma’am!”, zo verwelkomt monsieur Le Blanc mij maandagochtend op het hoofdkwartier van de bank.

De ontmoeting met de manager ‘expat accounts’ van de bank in Parijs, begon veelbelovend. Stond ik net nog gewoon op Avenue Victor Hugo, nu bevond ik mij dus op de set van Allo Allo. De eerste afspraak met Monsieur Le Blanc leek al vanaf de start episch te worden. En ik werd niet teleurgesteld. Misschien ten overvloede, maar toch… I say this only once, alles wat hier tussen quotes staat is werkelijk gezegd.

Mijn relocation consultant Cécile had een afspraak voor me gemaakt met Monsieur Le Blanc. Mijn Frans is (nog) niet om over naar huis te schrijven en dus leek het haar en mij een goed idee om een Engelstalige contactpersoon te hebben. In geld- en gezondheidszaken kun je tenslotte maar beter geen misinterpretaties hebben, vonden we allebei. En Monsieur Le Blanc bevestigde die gedachte met de volgende woorden: “I speak Angliesh very wall. That is moch better for furr clayents”.

Dat was het moment waarop ik mezelf afvroeg waarom ik in hemelsnaam alleen daar zat. Niemand om met me mee te gniffelen. Terloops informeerde ik of er meer managers ‘expat accounts’ waren. Maar nee, hij was the one and only op dit kantoor. Monsieur Le Blanc:“I like to talk. That is whoi my bosch osked me to talk in other longuoges. Angliesh is my best longuoge. You spoke slow and I hear. Can I bring you a drink?”

Jaha, een drink zou welkom zijn. Maar goed, ’s ochtends om 9.30 uur besloot ik toch maar voor koffie te gaan. Terwijl hij de koffie haalde controleerde ik de kamer op verstopte camera’s. Van ‘Allo Allo’ gingen mijn gedachten over op ‘Bananasplit’. Voor ik er een kon ontdekken was monsieur Le Blanc terug met koffie: “with milk, no shaggar”. Perfect!

Na zo’n 20 minuten over ditjes en datjes, cultural differences en (haha) language issues geprietpraat te hebben, draaide hij wat formulieren uit en realiseerde ik me dat ik op het punt stond geld over te maken naar een bank die Officer Crabtree als mijn account manager had aangesteld. Ik kreeg niet de kans daar lang bij stil te staan, want monsieur Le Blanc vroeg me “ to autograph all the papers and all will be safe”. Terwijl ik tekende, keek hij tevreden toe.

Bij ons afscheid feliciteerde Monsieur Le Blanc me hartelijk met de status van nieuwe cliënt van een “extremely railailable organisation”. Hij verzekerde mij dat mijn financiën “are in very good honds” en dat binnen enkele dagen mijn “bonk account would be fucktioning”.

Een geruststellende gedachte.

Advertenties