Morgen volgt weer de tocht naar het stemhokje. Eerst de ouwe getrouwe stembureaumedewerkers groeten. De openingsvraag is standaard: “Hoe is het toch met je Vrouwke? Ik zie je nooit meer in het gemeentehuis.” Deze keer naar ik vermoed aangevuld met: “Ik hoor dat je zelfs je lidmaatschap hebt opgezegd. Ik weet het, we mogen hier niet over politiek praten, maar nu ik je toch zie…”.

En daar sta ik dan als afvallige, oog in oog met mijn voormalige kameraden, die trouw stembureau 11 bemannen. De oud-voorzitter van de PvdA, geflankeerd door een raadslid ter rechterzijde en een trouwe folderaar ter linkerzijde. Allemaal natuurlijk in cognito, dus volstrekt neutraal. Ik zal schaapachtig lachen en beloven dat we het op een later moment nog maar eens over de redenen van mijn vertrek moeten hebben. We weten allemaal toch wel dat dat moment er nooit komt.

Wat zou ik ook moeten zeggen? Als raadslid zag ik bij alle partijen 2 soorten politici: de opportunisten (ik doe dit werk omdat ik er zelf beter van kan worden) en de idealisten (ik doe dit werk om het voor ‘de mensen’ beter te maken). Uiterst links waren er verhoudingsgewijs meer idealisten. Vanaf het politieke midden waren de opportunisten in de meerderheid. Overigens lieten vooral de opportunisten zich voorstaan op hun idealisme.

Ik zag provinciale en landelijke politici voorbij komen. Natuurlijk in campagnetijd, maar ook voor werkbezoeken. Ook zij waren steevast in één van beide categorieën in te delen. Hoe langer ik er tussen zat, hoe meer ik me ergerde aan het gemarchandeer van de opportunisten en het zinloze vechten tegen (of voor) de windmolens van de idealisten. Ik was niet op zoek naar een baantje binnen de partij en tot mijn spijt moet ik bekennen dat ik eigenlijk ook geen idealist (meer) was. Tijd om het systeem te verlaten dus.

En morgen moet ik stemmen op één van die twee soorten politici. Ik kijk geen debatten, ik lees geen propagandamateriaal, ik kies ervoor om blanco te gaan stemmen. Dat is wat anders dan blanco stemmen. Ik stem vanuit mijn onderbuik, zo heet intuïtie tegenwoordig geloof ik. Mijn onderbuik zegt: idealisme voelt beter dan opportunisme. En dus stem ik morgen voor het eerst in mijn leven op een kandidaat van Groen Links. Iemand die ik ken als een idealistische, humorloze vrouw die vol voor de publieke zaak gaat en staat.

Ik geef toe, dat zijn niet allemaal kwalificaties om blij van te worden. Maar heej, wat moet ik anders? D66 soms?

Advertenties