In het actieplan Beter Presteren, dat minister Marja van Bijsterveld vandaag presenteert, wordt aangekondigd dat het onderwijs in Nederland helemaal anders moet. Ruim 2 jaar na de rapportage van de Commissie Dijsselbloem, besluit het nieuwe kabinet dat we terug gaan naar de kernvakken. Naar ik hoop niet alleen in het voortgezet onderwijs. Ook in het basisonderwijs zou een focus op taal en rekenen verwelkomd worden. In elk geval door mij. Ik feliciteer Van Bijsterveld daarom met deze keuze, in de hoop dat de beleidswijziging beter onderwijs en meer vrije tijd voor mijn kinderen en voor mezelf oplevert. Een korte uiteenzetting van een willekeurige doordeweekse dag maakt duidelijk waarom.

We ontbijten gezamenlijk en nemen de dag door. Man en ik vertellen wat onze plannen zijn, zoon en dochter doen ook een poging. Dochter begint: “Ik ga werken in de extra map”. De extra map is de map voor kinderen die wat extra uitdaging nodig hebben. Ik vraag: “Wie komt er vandaag helpen?” Bij gebrek aan tijd van de leerkrachten, begeleiden ouders de extra groep. Vandaag mogen de vader van Jelle en ik bijspringen.

Zoon heeft niet veel zin om zijn plannen voor deze dag toe te lichten: “Gewoon rekenen, spelling, lezen”. “OK, vergeet je niet de plusmap mee te nemen vanmiddag?”, zeg ik. De plusmap is het werk dat hij mee krijgt om bijgespijkerd te worden met rekenen en spelling. Hij werkt dagelijks een kwartier tot een half uur thuis, met mij of mijn man. In de klas is er te weinig tijd voor herhaling en individuele uitleg. Eén middag in de week breng ik hem naar het naastliggende dorp voor RT. Die is namelijk wegbezuinigd op school.

Mijn dochter zit in een klas met 29 leerlingen, waarvan er veel met een aandachtsstoornis kampen. Als ik er help, vind ik ze gewoon druk en brutaal, maar dat mag ik niet zeggen geloof ik. De juf wordt geacht voor elk kind een individueel programma af te werken, adaptief onderwijs noemt men dat. In de praktijk werkt het niet. Zeker niet bij een dergelijke groepsgrootte en bij de hoeveelheid ‘extra projecten’ die gedaan worden. De situatie in de klas van mijn zoon is vergelijkbaar. Daar doet zich de complicerende factor voor dat er 2 leerkrachten voor de klas staan en dat terugkoppeling en overleg veel tijd kosten. Zelfde verhaal, ergo… ook in die groep bemoeien ouders zich stevig met het leren van hun kind.

De situatie van structureel meehelpende en bijspringende ouders (op school en thuis) is inmiddels volledig geaccepteerd. Niet alleen op de school van mijn eigen kinderen, maar ook op de school waar de buurkinderen naar toe gaan. Sterker nog, in mijn vriendenkring herkent bijna iedereen het. Toch blijf ik het niet normaal vinden dat ik (amateur) het werk van de juf (professional) moet doen, om mijn kinderen het onderwijs te bieden dat bij ze past.

Als ‘focus op taal en rekenen’ betekent dat mijn kinderen onder schooltijd kunnen leren wat ze moeten leren en thuis gewoon kunnen spelen, ben ik voor de situatie van ‘terug naar af’. Intussen browse ik nog maar eens naar de site van Beter Onderwijs Nederland, nu om de uitleg van de staartdeling uit te printen. Tot mijn verbazing zit de staartdeling namelijk niet meer in de rekenmethode die op school gebruikt wordt.

Advertenties