Ik kreeg zojuist het volgende bericht via LinkedIn: “Ben jij Vrouwke die op basisschool ‘de Kleikoel’ zat en naar jeugdsoos ‘het Kiepkerke’ ging? Zo ja, ken je mij dan nog?”. Met een deadline voor deze column zijn dit soort berichten, hoe leuk ook, niet echt welkom. Want of ik wil of niet… mijn gedachten dwalen af. Om precies te zijn, zo’n 35 jaar.

In de jaren 70 zat ik inderdaad op RK basisschool ‘de Kleikoel’ in een klein Limburgs dorp. Er was maar één basisschool, dus alle kinderen gingen daar naartoe. Er waren nooit wisselingen, want er verhuisde niemand en iedereen die ooit op de school begon maakte ‘m ook af. Datzelfde gold voor de leerkrachten. Voor zover ik weet zijn ze allemaal gebleven, tot de school eind jaren 80 haar deuren moest sluiten omdat het dorp langzaam maar zeker leeg liep.

Vanaf de eerste klas ging ik alleen naar school. Ik vraag me af of mijn moeder überhaupt ooit op school kwam (mijn vader overleed toen ik 3 was, dus van hem weet ik zeker van niet). Deden ze in die tijd eigenlijk wel aan 10 minuten gesprekken? Geen idee! Ik loste sowieso altijd alles alleen op. Zo waren er maanden dat ik gepest en af en toe geslagen werd door twee meisjes. Ik had er buikpijn van.

Als mijn dochter met een dergelijk verhaal thuis zou komen, stond ik de volgende dag al bij de juf in de klas. Mijn moeder kwam echter niet verder dan het advies zelf ook maar eens een klap uit te delen. Dat deed ik uiteindelijk en daarna hield het op. Nu is zo’n advies politiek incorrect. Tijdens het eeuwig durende project ‘de Vreedzame School’ leren mijn kinderen dat alle conflicten met woorden opgelost moeten worden. Ouders wordt gevraagd deze policy thuis te ondersteunen. Dat doe ik meestal braaf. Maar er zijn uitzonderingen. Want het effect van die ene rake klap, zo’n 35 jaar geleden, heb ik natuurlijk wel opgeslagen.

Net als het inzicht dat tegenslag nodig is om een sterker mens te worden. Ik werd met liefde omgeven, maar niet gepamperd. Mijn moeder was simpelweg te druk met eindjes aan elkaar knopen, om ook nog mijn sores op te lossen. Ik deed mijn schoolprojecten zelf, ik regelde kadootjes voor de feestjes waar ik voor uitgenodigd was. Ik zocht vanaf een jaar of vijf zelf  ‘s ochtends mijn kleren bij elkaar en ik zorgde dat ik elke woensdagmiddag vanaf 14.00 uur bij jeugdsoos ‘het Kiepkerke’ was. In vergelijking met mijn eigen kinderen was ik een behoorlijk zelfstandig wezentje, destijds op de basisschool. In mijn herinnering waren de meeste vriendjes en vriendinnetjes ook.

Dit wetende, zou je denken dat ik mijn kinderen ook een dergelijke opvoeding geef. Toch is dat niet het geval. Misschien wel juist omdat ik altijd mijn eigen boontjes moest doppen, ben ik nu, wat mijn zoon gisteren nog noemde ‘een overbezorgde moeder’, die ze het liefst behoed voor elke vorm van teleurstelling en tegenslag. Mijn vriendinnen van vroeger zijn ook zulke moeders geworden. Met als gevolg dat wij een stelletje gepamperde watjes opvoeden. We taxiën onze kinderen overal naar toe, organiseren hun hele leven en slepen ze naar de meest uiteenlopende specialisten om ze ‘bij te schaven’.

Terwijl ik denkend aan vroeger deze column schrijf, neem ik me voor om er gewoon mee op te houden. Per vandaag gaat er een nieuw regime van start in Huize Stavast: eigen initiatief wordt beloond en overregulering van ouderzijde wordt afgeschaft. Eens kijken of mijn watjes opdrogen tot zelfstandige en verantwoorde pubers. Met dank aan mijn LinkedIn contact, voor deze inzichten op een willekeurige doordeweekse dag.

*Dit is een bewerking van één van mijn maandelijkse columns in het vakblad voor primair onderwijs*

Advertenties