Toen ik eind 20/ begin 30 was, had ik een functie die niet bij mijn leeftijd paste. Ik werkte bij een ultrahip communicatieadviesbureau, had te zware klussen, verdiende te veel en at te weinig. Met 29 stond op mijn visitekaartje de belachelijke titel ‘senior adviseur’ en ging ik op pad om overheden te helpen ‘complexe communicatievraagstukken’ op te lossen. Pitches werden bij prospects vaak op een hoger echelon, door mannen begeleid. Die vielen wel voor mij en mijn ideeën en dus had ik mijn new business altijd prima op orde.

De uitvoering werd ter hand genomen door de medewerkers van de afdeling communicatie. En daar begon de ellende. Tegenover me zat te vaak iemand (meestal een vrouw) op leeftijd, onderuitgezakt en moe. Cynisch tot op het bot. En daar zat ik: schijnbaar altijd kek, fris en energiek. Dat was te veel voor de vrouw aan de overkant. Ik maakte automatisch een inschatting van haar. Er waren slechts twee categorieën mogelijk. Ze was een type categorie A: ‘ik-stort-al-mijn-ellende-over-je-heen-want-jij-wordt-betaald-om-alles-op-te-lossen’ of categorie B: ‘ik-ga-jou-zuur-zitten-afzeiken-en tegenwerken-want-jij-bent-alles-wat-ik-niet-ben’. Beide categorieën klant-vrouwen waren zuigend. De eerste zag mij als haar therapeut, de tweede zag mij als haar vijand.

Rond mijn 35ste werd ik wakker en besloot er gewoon mee te stoppen. Ik nam ontslag om voor altijd gevrijwaard te blijven van declarabiliteitspercentages en zuigende klanten. Eerst maar eens wat kinderen baren en opvoeden, daarna omscholing! Het baren is reeds lang gedaan, het opvoeden gaat nog een tijdje door. Stap drie in de re-invention of Vrouwke is de omscholing. Met het vooruitzicht nog minimaal 25 jaar te moeten doorwerken en niet zelf te willen eindigen als een categorie A of B vrouw ergens op een communicatieafdeling bij ministerie X, Y of Z moet ik zwaar aan de studie. Dat is niet zo maar een constatering. Dat is een advies aan mezelf.

En dus introduceer ik een nieuwe categorie: C. Daarin is plaats voor het type dat denkt: ‘ik-ben-verantwoordelijk-voor-alles-wat-ik-doe-en-dus-ga-ik-niet-zitten-mutsen-maar-ga ik-aan-de-slag’. Ik zit tegenover mezelf en constateer dat ik in zo’n hokje wel zou passen. Dus: stempeltje d’r op en klaar. Studeren maar!

Advertenties