In de consternatie rond het misbruik van kinderen binnen de katholieke kerk komt één groep er wel heel genadig van af: de ouders van al die kinderen. Waar waren zij toen het gebeurde? Hun kinderen weggestopt in een internaat of onder de hoede gesteld van een kapelaan die ze zou opleiden tot misdienaar. Dachten zij dat hun kinderen daar de liefdevolle zorg zouden krijgen die bij opvoeding hoort?

Dat denken niet-katholieken misschien. Maar laat mij hen dan vertellen, dat in de jaren ’50-‘70 in Limburg onder katholieken vrij algemeen bekend was dat veel internaten en door geestelijken geleide scholen, bepaald geen oorden van liefdevolle verzorging waren.

Dat dit bekend was, is geen wonder. Generaties katholieken zijn geschoold en opgevoed door geestelijken. En dan leer je ze natuurlijk wel kennen: de nonnen die met meetlatten op vingers slaan en de priesters die net iets te lang verlekkerd kijken. En toch stuurden ouders ook de jongste generatie steeds weer het systeem in. Want zo gingen die zaken toen, in Limburg.

De secularisatie deed uiteindelijk haar werk, ook in de zuidelijke provincie. De 21ste eeuw brengt woede en verbijstering over de ontuchtzaken die in de voorafgaande eeuw plaatsvonden. Dat die woede zich richt op de katholieke kerk en haar geestelijken begrijp ik. Dat ouders in dit schandaal echter volkomen buiten schot blijven, vind ik onvoorstelbaar.

Advertenties