“Papier hier… Papier hier…” “Ach toe Gerda, gooi nog eens zo’n magazine in zijn mond”, roept de Secretaris Generaal van LNV, “dat is zo leuk, dan horen we het nog een keer”.  En met een blije blik gooit Gerda een tweede exemplaar van haar magazine in de buik van de altijd hongerige veelvraat Holle Bolle Gijs. De twee kijken elkaar vrolijk aan. Wat een gezellige dag, zo in de Efteling. Natuurlijk, er was wat reuring onder het gepeupel over het blad en deze reis, in wat voor sommigen moeilijke economische tijden schijnen te zijn. Maar hee, zei ooit niet iemand “laat ze toch taart eten” en dat was niet de minste.

Nee, Marie-Antoinette had een heldere kijk op de zaak. Gerda, qua kapsel al vrij goed aansluitend bij de pruikentijd, zag zichzelf wel als de Franse Koningin. En vooruit…de SG mocht Lodewijk de 16de spelen. Weliswaar meer passend bij het land van Ooit, maar dat was helaas al ter zielen. De sprookjesachtige omgeving van de Efteling vormde ook best een passend decor. Ze gingen helemaal op in hun spel en werden vergezeld door steeds meer ambtenaren, die allen een rol speelden daar aan het hof van het Eftelingse Versailles.

Onderwijl sloop ongezien iemand zonder gesubsidieerd kaartje binnen in het sprookjesland. Met zijn gebleekte haardos, paste ook hij wonderwel in het spel dat Gerda, de SG en alle ambtenaren van LNV speelden. Voor zichzelf had hij de hoofdrol in gedachten: die van De Robespierre. En terwijl de feestende menigte zich vrolijk maakte over de bekrompenheid van het gepeupel ver buiten de poorten van Versailles, bracht De Robespierre zijn plan ten uitvoer.

Hij filmde de feestende menigte, de zichtbare tekenen van de arrogantie van de macht en verdween net zo sluipend als hij kwam. Met zijn pruik nog op haastte hij zich naar de eerste de beste omroep (was het de Tros?) om daar zijn beelden te tonen en rechtstreeks van commentaar te voorzien. De ontmaskering van de politieke elite als regenten die zo ver van hun volk verwijderd zijn, dat ze werkelijk niet snappen dat het volk niet begrijpt dat in één week, door één bewindspersoon, één miljoen euro aan ‘leuke dingen’ uitgegeven wordt.

De Robespierre spinde garen bij het ongenoegen van het volk, exact zoals Wilders dat in deze tijd doet. En zo zeer als ik Wilders’ denkbeelden verafschuw, zo zeer begrijp ik waarom steeds meer mensen geen enkel houvast vinden bij politici die gekozen zijn om leiding te geven aan dit land. Niets meer, niets minder. Maar in plaats daar van gaan ze rollebollend over straat en bagatelliseren blunders, vinden ze de tweede kamer te min om zitting in te nemen en lijken ze niet te beseffen dat ze met hun gedrag hun eigen doodvonnis, of in elk geval het doodvonnis van het huidige politieke systeem tekenen.

Gerda en haar hofhouding maakten zich overigens geen zorgen over de uitgelekte beelden. Tot laat in de avond genoten ze van de talloze ritjes in de ‘droomvlucht’. Net zoals Marie-Antoinette en Lodewijk de 16de tot het laatste moment gefeest hebben…

Advertenties