Ik ben nog nooit zo zwaarmoedig zwevend naar de stembus gegaan als op 4 maart 2010. Mijn sociaal-liberale ik zei: D66. Maar dat is lokaal geen optie gezien de lijstsamenstelling. Ik overwoog nog even de VVD: want diep in mijn hart ben ik ook wel klaar met de politiek correcte aanpak van een aantal issues. Maar toen ik daar in het stemhokje stond had ik ineens een weemoedig visioen van een vredige samenleving en kleurde ik zomaar het eerste vakje van de PvdA lijst rood.

Pardon? Net nadat Hamer een ruk naar links aankondigde en daarmee het liberale geluid van Timmermans overstemde, had ik toch weer voor de PvdA gekozen. Natuurlijk, het waren gemeenteraadsverkiezingen. De landelijke politiek zou ik daar geheel los van moeten zien. Maar ook lokaal is de PvdA meer een partij van Hamer dan van Timmermans. Waarom dan toch die stem?

Nog worstelend met die vraag keek in de middag naar de herhaling van Pauw en Witteman. De landelijke lijsttrekkers aan het woord. Ik hoorde Femke Halsema met droge ogen beweren dat separate voorzieningen voor moslima’s noodzakelijk zijn en de integratie bevorderen. Ik hoorde Mark Rutte daartegen fulmineren. Ik zag Wouter Bos vergenoegzaam achterover leunen en Pieter van Geel met zijn eigen demonen vechten. En Agnes Kant was vanzelfsprekend de hysterie weer nabij. Not a pretty sight, overall!

Zoals ik naar de landelijke lijsttrekkers keek op TV, had ik een uur geleden ook gekeken naar de namen van de lokale partijbonzen op de kieslijsten. In een fractie van een seconde koppelde ik beelden aan de namen en maakte ik een afweging. Bij de lijsttrekker van de PvdA kreeg ik geen beeld, maar geluid. Ik hoorde Bittersweet Symphony van The Verve. Een van mijn lievelingsnummers. En ook van hem, dat weet ik. Een nummer geheel in lijn met mijn zwaar- en weemoedige stemming van dat moment. Why not, dacht ik toen… en kleurde het vakje rood.

‘But I’m a million different people from one day to the next, I can’t change my mould’

Advertenties