Twee Nederlandse instituten, die op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen hebben, verkeren al tijden in zwaar weer. Dirk Scheringa’s DSB en het Koninklijk Huis kampen met de gevolgen van verkeerde beleidskeuzes en communicatieblunders. De jarenlange berichtgeving over de verkooppraktijken van koopsompolissen, de kritiek op reclame die aanzet tot steeds hogere leenbedragen en het vertrek van een groot deel van de bestuurders, plaatst DSB in het verdachtenbankje van de publieke opinie. Naast de heer Scheringa lijkt een plek gereserveerd voor Koningin Beatrix en Prins Willem Alexander. Want ook het Koninklijk Huis heeft in de afgelopen jaren de nodige verdachtmakingen over zich heen gekregen: de ondoorzichtige financiën, belastingontduiking door een familielid, het huis in Mozambique, de heisa rond de vakantiekiekjes en niet te vergeten de oplaaiende discussie over de rol en taak van de toekomstige koning. DSB schudt inmiddels op zijn grondvesten. Het fundament van Paleis Noordeinde vertoont meer dan haarscheurtjes.

Net als DSB hanteert het Koninklijk Huis een, op z’n zachtst gezegd, vage communicatiestrategie. In tijden van crisis zou de berichtgeving naar buiten weldoordacht moeten zijn. Bij DSB, waar voormalig politievoorlichter Klaas Wilting chef communicatie is, rollen de overgebleven bestuurders over elkaar heen, met elk een andere boodschap. Grote onzichtbare in dit drama, is de koning van DSB zelf: Dirk Scheringa laat zich zelden zien en wanneer hij wel voor de camera verschijnt, mompelt hij slechts zacht ‘sorry’. Maar dat is nog altijd meer dan wat het Koninklijk Huis doet in tijden van crisis. Het woordvoerderschap voor de Koningin en de Kroonprins ligt natuurlijk bij de RVD. Maar deze lijkt toch vooral aan de leiband van Beatrix zelf te lopen. Zij zwijgt in alle talen. De gevolgen van dit totale gebrek aan communicatie zijn duidelijk. De berichtgeving over het Koninklijk Huis is in handen van politieke partijen, media en royalty watchers. De regie is zoek.

De toren van het DSB hoofdkantoor in Wognum en het Paleis Noordeinde mogen uiterlijk dan wel van elkaar verschillen, zij vervullen dezelfde functie voor hun bewoners. Het is een bastion waarin zij zich terugtrekken en de luiken sluiten voor de vijandige buitenwereld. In het bastion in Wognum laat de koning zich vergezellen door vazallen die als ja-knikkers om hem heen dansen. Aan het Noordeinde is te vrezen dat Koningin en Kroonprins zich door geen enkele adviseur omringd zien, maar zelf proberen hun imago te redden. De strategie lijkt niet meer of minder dan het aloude ‘stilzitten als je geschoren wordt’. Maar wat als je kaal bent en het mes maar door maait?

Voor DSB lijkt het doek gevallen. De bank staat aan de rand van de afgrond. Inmiddels wacht heel Nederland op de val. Want als het afgelopen jaar iets opnieuw duidelijk is geworden, is het wel dat een bank bestaat bij de gratie van vertrouwen. Het vertrouwen is weg en daarmee is het doodvonnis getekend. Het Koninklijk Huis is steviger verankerd in de samenleving. Maar feit is wel dat die samenleving razendsnel verandert. De monarchie is geen vanzelfsprekendheid meer voor veel burgers. De vertrouwensbreuk die zichtbaar is tussen de bank en haar klanten, tekent zich ook af tussen het Koninklijk Huis en haar onderdanen. Het beeld van graaiende prinsen en prinsessen die niet bereid zijn de lasten, maar wel de lusten van het lidmaatschap van het Koninklijk Huis te dragen, is inmiddels dominant. De politieke bescherming van hun huidige positie, lijkt gezien de debatten in de Tweede Kamer ook afkalvend.

Zal het Koninklijk Huis uiteindelijk een zelfde weg gaan als de DSB? Met het non-communicatiescenario dat nu gevolgd wordt, lijkt dat waarschijnlijker dan ooit. Het is tijd dat de Koningin de paleispoorten opent voor adviseurs die haar een reëel beeld van de werkelijkheid durven schetsen. Het is ook tijd dat de Kroonprins zich realiseert dat een herbezinning op zijn positie, taken en communicatie geen luxe, maar bittere noodzaak is. Misschien is het een idee, om Dirk Scheringa over een tijdje eens uit te nodigen voor één van de befaamde maandelijkse Eikenhorst diners. Er is stof genoeg om over te praten.

Advertenties